Register · 6/14
Wie is hij?
Alle uitspraken van Jezus uit deze periode, in de volgorde van zijn leven. De woorden met uitleg openen met een tik. De andere uitspraken staan hier in hun geheel.
AI
Marcus 4:35
Die dag, toen het avond was, zei hij tegen hen: 'Laten we naar de overkant varen.'
Ook in
- 150Een woord tegen de windMarcus 4:39
- 151Slapen in de stormMarcus 4:40
- 152Wat is je naam?Marcus 5:9
Matteüs 8:32
'Ga!' zei hij. Ze gingen uit de mannen weg en de varkens in. De hele kudde stortte zich van de helling in het meer, en de dieren verdronken.
Zie ook: Wat is je naam?
- 153Thuis vertellenMarcus 5:19
- 154Wie raakte mij aan?Lucas 8:45
- 155Meer dan genezenMarcus 5:34
- 156Horen en niet luisterenMarcus 5:36
Marcus 5:39
Hij ging het huis in en vroeg: 'Waarom maken jullie zo'n drukte, waarom huilen jullie? Het kind is niet dood, het slaapt.'
Ook in ·
Zie ook: Meisje, sta op
- 157Meisje, sta opMarcus 5:41
- 158Geloof je dat ik dit kan?Matteüs 9:28
- 159Vertel het aan niemandMatteüs 9:30
- 160Arbeiders voor de oogstMatteüs 9:37 en 38
Matteüs 10:5 en 6
Bij het uitsturen van de twaalf apostelen: het begin van zijn instructies voor hun eerste tocht.
Deze twaalf stuurde Jezus op weg met deze opdracht: 'Ga niet naar de heidenen en ga geen stad van de Samaritanen binnen. Ga juist naar de verloren schapen van het volk Israël.'
- 161Gratis gekregenMatteüs 10:8
- 162Het stof van je voetenMatteüs 10:12-14
- 163Slim en zuiverMatteüs 10:16
- 164Niet alleen voor de rechterMatteüs 10:17-20
- 165Zoals de meesterMatteüs 10:24 en 25
- 166Vanaf de dakenMatteüs 10:26 en 27
- 167Wie je echt moet vrezenMatteüs 10:28
- 168Alles geteldMatteüs 10:30
- 169Zeggen dat je bij hem hoortMatteüs 10:32 en 33
- 170Geen goedkope vredeMatteüs 10:34
- 171Loslaten om te vindenMatteüs 10:39
- 172Een beker koud waterMatteüs 10:42
- 173Rust een beetjeMarcus 6:31
Johannes 6:5
Jezus keek op en zag dat er een grote menigte op hem afkwam. Hij vroeg Filippus: 'Waar kunnen we brood kopen, zodat deze mensen kunnen eten?'
- 174Jullie, niet ikMarcus 6:37
- 175Wat heb je?Marcus 6:38
Matteüs 14:18
'Breng ze hier bij mij,' zei hij.
Johannes 6:10
'Laat de mensen gaan zitten,' zei Jezus. Er was veel gras op die plek. De mannen gingen zitten, ongeveer vijfduizend.
Johannes 6:12
Toen ze genoeg hadden gegeten, zei hij tegen zijn leerlingen: 'Haal de stukken op die over zijn, zodat er niets verloren gaat.'
- 176In de vierde nachtwakeMatteüs 14:27
- 177Eén woord: komMatteüs 14:29
- 178Twee kanten opMatteüs 14:31
- 179Brood dat blijftJohannes 6:26 en 27
- 180Het ene werkJohannes 6:29
Johannes 6:32 en 33
De menigte die hem na de broodvermenigvuldiging heeft gezocht, wijst op het manna dat hun voorouders in de woestijn aten.
Jezus zei tegen hen: 'Ik zeg jullie de waarheid: het was niet Mozes die jullie het brood uit de hemel gaf. Maar mijn Vader geeft jullie het echte brood uit de hemel. Want Gods brood is hij die neerdaalt uit de hemel en de wereld leven geeft.'
- 181Brood uit BethlehemJohannes 6:35
- 182Niemand wordt weggestuurdJohannes 6:37
- 183Getrokken door de VaderJohannes 6:43 en 44
Johannes 6:48-51
In de synagoge van Kafarnaüm, nu de mensen mopperen dat hij, de zoon van Jozef, zegt uit de hemel te komen.
'Ik ben het brood dat leven geeft. Jullie voorouders hebben in de woestijn het manna gegeten, en toch zijn ze gestorven. Maar hier is het brood dat van de hemel neerdaalt: wie ervan eet, zal niet sterven. Ik ben het levende brood, neergedaald uit de hemel. Wie van dit brood eet, zal eeuwig leven. Het brood dat ik zal geven, is mijn lichaam, dat ik geef zodat de wereld leeft.'
- 184Echt voedselJohannes 6:53-58
- 185Een harde taalJohannes 6:63
- 186Tot wie zouden we gaan?Johannes 6:67
Johannes 6:70
Tegen de twaalf, nadat veel volgelingen zijn weggegaan en Petrus heeft gezegd dat zij blijven; hij doelt op Judas Iskariot.
Jezus antwoordde: 'Heb ik jullie, de twaalf, niet zelf gekozen? Toch is een van jullie een duivel.'
- 187Met de mondMarcus 7:6-8
- 188Van binnen naar buitenMarcus 7:15
- 189Wie loopt er voorop?Matteüs 15:14
Matteüs 15:24
In de streek van Tyrus en Sidon, als de leerlingen willen dat hij een roepende Kanaänitische vrouw wegstuurt.
Hij antwoordde: 'Ik ben alleen gestuurd naar de verloren schapen van het volk Israël.'
Matteüs 15:26
In de streek van Tyrus en Sidon, als een Kanaänitische vrouw voor hem neervalt en smeekt om hulp voor haar bezeten dochter.
Jezus antwoordde: 'Het is niet goed het brood van de kinderen te pakken en het voor de honden te gooien.'
Ook in
- 190Kruimels van de tafelMatteüs 15:28
- 191Word geopendMarcus 7:34
- 192Drie dagen zonder etenMarcus 8:2
Marcus 8:12
Bij Dalmanuta, als Farizeeën met hem in discussie gaan en een teken uit de hemel van hem eisen.
Hij zuchtte diep en zei: 'Waarom verlangt deze generatie een teken? Ik zeg jullie de waarheid: deze generatie krijgt geen teken.'
- 193Het weer voorspellenMatteüs 16:3
- 194Half zienMarcus 8:18
Marcus 8:26
Jezus stuurde hem naar huis en zei: 'Ga het dorp niet in.'
- 195En jij?Matteüs 16:15
- 196Niet zelf bedachtMatteüs 16:17
- 197Op deze rotsMatteüs 16:18
- 198De sleutels van het huisMatteüs 16:19
Lucas 9:22
Direct nadat Petrus hem de Messias van God heeft genoemd en hij de leerlingen verbiedt dat rond te vertellen.
Hij zei: 'De Mensenzoon moet veel lijden. De oudsten, hogepriesters en schriftgeleerden zullen hem verwerpen. Hij zal gedood worden, en op de derde dag zal hij opgewekt worden.'
- 199Terug in de rijMarcus 8:33
- 200Elke dagLucas 9:23
- 201Wat het waard isMarcus 8:36
- 202Niet beschaamdMarcus 8:38
Matteüs 16:27 en 28
Bij Caesarea Filippi, tegen de leerlingen, aan het eind van zijn woorden over je kruis opnemen en hem volgen.
'Want de Mensenzoon gaat komen, met zijn engelen, in de heerlijkheid van zijn Vader. Dan zal hij iedereen belonen naar wat hij gedaan heeft. Ik zeg jullie de waarheid: sommigen die hier staan, zullen niet sterven voordat ze de Mensenzoon zien komen als koning.'
Ook in ·
- 203Sta op, wees niet bangMatteüs 17:7
Matteüs 17:9
Terwijl ze de berg afdaalden, zei Jezus tegen hen: 'Vertel niemand wat jullie gezien hebben, totdat de Mensenzoon uit de dood is opgewekt.'
Zie ook: Sta op, wees niet bang
Matteüs 17:11 en 12
Bij het afdalen van de berg waar hij van gedaante veranderde, als de leerlingen vragen waarom Elia volgens de schriftgeleerden eerst moet komen.
'Elia komt inderdaad,' antwoordde hij, 'en hij zal alles herstellen. Maar ik zeg jullie: Elia is al gekomen, en ze hebben hem niet herkend. Ze hebben met hem gedaan wat ze wilden. Op dezelfde manier zal de Mensenzoon door hen moeten lijden.'
Ook in
Marcus 9:16
Hij vroeg hun: 'Waarover discussiëren jullie met hen?'
Zie ook: Ik geloof, help mijn ongeloof
Matteüs 17:17
Beneden aan de berg, als een vader vertelt dat de leerlingen zijn zoon met toevallen niet konden genezen.
Jezus antwoordde: 'Wat een ongelovige en verdorven generatie! Hoe lang moet ik nog bij jullie zijn? Hoe lang moet ik het nog met jullie uithouden? Breng hem hier bij mij.'
Ook in ·
Marcus 9:21
Jezus vroeg de vader: 'Hoe lang heeft hij dit al?' 'Van jongs af aan,' zei hij.
Zie ook: Ik geloof, help mijn ongeloof
- 204Ik geloof, help mijn ongeloofMarcus 9:23
Marcus 9:25
Toen Jezus zag dat er steeds meer mensen kwamen aanlopen, sprak hij de onreine geest streng toe: 'Geest die hem doof en stom maakt, ik beveel je: ga uit hem weg en kom nooit meer in hem terug!'
Zie ook: Ik geloof, help mijn ongeloof
Marcus 9:29
Binnenshuis, nadat hij een jongen van een boze geest heeft bevrijd en de leerlingen vragen waarom zij dat niet konden.
Hij zei: 'Dit soort geesten gaat alleen weg door gebed.' [Latere handschriften voegen toe: en vasten.]
Ontbreekt in veel oude handschriften
Marcus 9:33
Ze kwamen in Kafarnaüm. Eenmaal thuis vroeg hij hun: 'Waar hadden jullie het onderweg over?'
Zie ook: Achteraan beginnen
- 205Laat het doordringenLucas 9:44
- 206Een munt in een visMatteüs 17:27
- 207Achteraan beginnenMarcus 9:35
- 208OmkerenMatteüs 18:3
- 209Jezelf klein makenMatteüs 18:4
- 210Een kind in het middenMarcus 9:37
- 211Wie niet tegen ons isMarcus 9:40
- 212Een molensteenMatteüs 18:6
- 213Zout en vredeMarcus 9:50
- 214Hun engelenMatteüs 18:10
- 215Onder vier ogenMatteüs 18:15-17
- 216Eén klankMatteüs 18:19
- 217Twee of drieMatteüs 18:20
- 218Blijven vergevenMatteüs 18:22
- 219Tienduizend talentenMatteüs 18:33