Register · 7/14
In Judea
Alle uitspraken van Jezus uit deze periode, in de volgorde van zijn leven. De woorden met uitleg openen met een tik. De andere uitspraken staan hier in hun geheel.
AI
- 220Zijn broers geloofden nietJohannes 7:6
- 221Geen vuur uit de hemelLucas 9:55 en 56
- 222Geen plek om te slapenMatteüs 8:20
- 223Eerst nog ditMatteüs 8:22
- 224Niet achterom kijkenLucas 9:62
- 225Weten door te doenJohannes 7:17
- 226Een heel mensJohannes 7:23 en 24
Johannes 7:28 en 29
Tijdens het Loofhuttenfeest in de tempel, als inwoners van Jeruzalem zeggen dat ze weten waar hij vandaan komt.
Toen riep Jezus, terwijl hij in de tempel onderwijs gaf: 'Jullie kennen mij, en jullie weten waar ik vandaan kom. Toch ben ik niet uit mezelf gekomen. Hij die mij gestuurd heeft, is betrouwbaar, en hem kennen jullie niet. Ik ken hem, want ik kom van hem, en hij heeft mij gestuurd.'
- 227Waar ik benJohannes 7:34
- 228Stromen van levend waterJohannes 7:38
- 229Wie werpt de eerste steen?Johannes 8:7
- 230Eerst genadeJohannes 8:10 en 11
- 231Licht op het feestJohannes 8:12
Johannes 8:14-19
Bij de schatkist in de tempel, als de Farizeeën zeggen dat zijn getuigenis over zichzelf niet geldig is.
Jezus antwoordde: 'Ook als ik over mezelf getuig, is mijn getuigenis geldig. Want ik weet waar ik vandaan kom en waar ik naartoe ga. Maar jullie weten niet waar ik vandaan kom en ook niet waar ik naartoe ga. Jullie oordelen zoals mensen oordelen. Ik oordeel niemand. En als ik wel oordeel, dan is mijn oordeel juist. Want ik sta er niet alleen voor: de Vader die mij gestuurd heeft, staat naast mij. In jullie Wet staat ook geschreven dat de verklaring van twee mensen geldig is. Ik getuig over mezelf, en de Vader die mij gestuurd heeft, getuigt ook over mij.' Ze vroegen hem: 'Waar is uw vader?' Jezus antwoordde: 'Jullie kennen mij niet, en mijn Vader ook niet. Als jullie mij kenden, zouden jullie ook mijn Vader kennen.'
Johannes 8:21-26
Opnieuw in de tempel, tegen Joodse leiders die niet begrijpen waar hij heen gaat en vragen wie hij is.
Opnieuw zei hij tegen hen: 'Ik ga weg, en jullie zullen mij zoeken. Maar jullie zullen in je zonde sterven. Waar ik heen ga, daar kunnen jullie niet komen.' De Joodse leiders zeiden: 'Hij wil zich toch niet van het leven beroven? Hij zegt: Waar ik heen ga, daar kunnen jullie niet komen.' Hij zei tegen hen: 'Jullie komen van beneden, ik kom van boven. Jullie zijn van deze wereld, maar ik ben niet van deze wereld. Daarom heb ik tegen jullie gezegd dat jullie in je zonden zullen sterven. Want als jullie niet geloven dat ik het ben, zullen jullie in je zonden sterven.' Ze vroegen hem: 'Wie bent u?' Jezus antwoordde: 'Waarom zou ik eigenlijk nog met jullie praten? Ik heb veel over jullie te zeggen en te oordelen. Maar wie mij gestuurd heeft, is betrouwbaar, en wat ik van hem gehoord heb, dat zeg ik tegen de wereld.'
- 232VerhoogdJohannes 8:28
- 233Waarheid die vrijmaaktJohannes 8:32
- 234Een zoon blijftJohannes 8:34-36
Johannes 8:37-41
Tegen Joden die in hem waren gaan geloven en protesteren dat zij als nakomelingen van Abraham nooit slaven zijn geweest.
'Ik weet dat jullie nakomelingen van Abraham zijn. Maar jullie willen mij doden, omdat mijn woorden bij jullie geen ingang vinden. Ik vertel over wat ik bij mijn Vader heb gezien. En jullie doen wat jullie van jullie vader gehoord hebben.' Ze antwoordden: 'Onze vader is Abraham.' Jezus zei tegen hen: 'Als jullie kinderen van Abraham waren, zouden jullie doen wat Abraham deed. Maar nu willen jullie mij doden, iemand die jullie de waarheid verteld heeft die ik van God gehoord heb. Zoiets heeft Abraham niet gedaan. Jullie doen wat jullie vader doet.' Ze zeiden tegen hem: 'Wij zijn geen kinderen van ontucht. We hebben maar één vader: God.'
- 235Waarom de waarheid schuurtJohannes 8:44 en 45
Johannes 8:49-52
Het gesprek in de tempel wordt feller: de Joodse leiders noemen hem een Samaritaan en zeggen dat hij bezeten is.
Jezus antwoordde: 'Ik ben niet bezeten. Ik eer mijn Vader, en jullie onteren mij. Ik zoek mijn eigen eer niet. Er is er één die mijn eer wel zoekt, en die oordeelt. Ik zeg jullie de waarheid: wie zich houdt aan wat ik zeg, zal de dood nooit zien.' De Joodse leiders zeiden tegen hem: 'Nu weten we het zeker: u bent bezeten. Abraham is gestorven, net als de profeten, en toch zegt u: Wie zich houdt aan wat ik zeg, zal de dood nooit smaken.'
Johannes 8:54-56
Als de leiders vragen of hij soms meer is dan Abraham en de profeten, die toch allemaal gestorven zijn.
Jezus antwoordde: 'Als ik mezelf eer, is mijn eer niets waard. Het is mijn Vader die mij eert, van wie jullie zeggen: Hij is onze God. Jullie kennen hem niet, maar ik ken hem wel. Als ik beweerde dat ik hem niet kende, zou ik net zo'n leugenaar zijn als jullie. Maar ik ken hem, en ik houd me aan wat hij zegt. Abraham, jullie vader, verheugde zich erop dat hij mijn dag zou zien. Hij heeft hem gezien, en hij was blij.'
- 236Eer Abraham wasJohannes 8:58
- 237Wie heeft er gezondigd?Johannes 9:3
- 238Zolang het dag isJohannes 9:4 en 5
Johannes 9:7
Hij zei tegen hem: 'Ga je wassen in het bad van Siloam.' Siloam betekent: gestuurd. De man ging, waste zich en kwam terug. Hij kon zien.
Johannes 9:35-37
Tegen de blindgeboren man die door hem genezen is, nadat de Farizeeën hem na zijn verweer hebben weggestuurd.
Jezus hoorde dat ze hem eruit gegooid hadden. Toen hij hem vond, vroeg hij: 'Geloof jij in de Mensenzoon?' De man antwoordde: 'Wie is dat, Heer? Zeg het me, dan kan ik in hem geloven.' Jezus zei tegen hem: 'Je hebt hem gezien. Hij is het die met je spreekt.'
- 239Wie denkt te zienJohannes 9:39
- 240Eruit gegooid, eruit geleidJohannes 10:3 en 4
- 241Een deur naar binnen en naar buitenJohannes 10:9
- 242Leven in overvloedJohannes 10:10
- 243Een herder die blijftJohannes 10:11
Johannes 10:12 en 13
In Jeruzalem, in zijn toespraak over de goede herder, kort na de genezing van de blindgeboren man.
Maar een ingehuurde kracht, die geen herder is en de schapen niet bezit, ziet een wolf komen, laat de schapen achter en vlucht. Dan grijpt de wolf ze en jaagt ze uiteen. Want hij is een huurling, en wat er met de schapen gebeurt, laat hem koud.
- 244Gekend wordenJohannes 10:14 en 15
- 245Andere schapenJohannes 10:16
- 246Gegeven, niet afgepaktJohannes 10:17 en 18
Lucas 10:16
Slot van zijn opdracht aan de tweeënzeventig leerlingen die hij vooruitstuurt naar de plaatsen waar hij zelf zal komen.
'Wie naar jullie luistert, luistert naar mij. Wie jullie verwerpt, verwerpt mij. En wie mij verwerpt, verwerpt ook hem die mij gestuurd heeft.'
Ook in ·
- 247Op slangen en schorpioenenLucas 10:19
- 248Waar je blij om mag zijnLucas 10:20
Lucas 10:26-28
Een wetgeleerde wil hem op de proef stellen en vraagt wat hij moet doen om eeuwig leven te krijgen.
Jezus vroeg hem: 'Wat staat er geschreven in de Wet? Hoe lees jij het?' Hij antwoordde: 'Heb de Heer, je God, lief met heel je hart, met heel je ziel, met al je kracht en met heel je verstand, en heb je naaste lief als jezelf.' Jezus zei tegen hem: 'Je antwoord is goed. Doe dat, dan zul je leven.'
- 249Wie werd de naaste?Lucas 10:37
- 250Eén dingLucas 10:41 en 42
- 251Een vriend om middernachtLucas 11:8
- 252Hoeveel te meerLucas 11:13
- 253Horen en bewarenLucas 11:28
- 254Een beetje oud deegLucas 12:1
Lucas 12:14
Maar hij zei tegen hem: 'Man, wie heeft mij aangesteld als rechter of scheidsrechter tussen jullie?'
Zie ook: Leven is geen bezit
- 255Leven is geen bezitLucas 12:15
- 256Grotere schurenLucas 12:20
- 257Klein kuddekeLucas 12:32
- 258De heer die dientLucas 12:37
Lucas 12:42-46
Petrus vraagt of de gelijkenis over waakzame dienaren alleen voor de leerlingen bedoeld is of voor iedereen.
De Heer zei: 'Wie is nu de trouwe en verstandige beheerder, die door zijn heer is aangesteld over zijn personeel, om hun op tijd hun portie eten te geven? Gelukkig is de dienaar die door zijn heer zo aan het werk wordt aangetroffen als hij komt. Ik zeg jullie eerlijk: hij zal hem over al zijn bezittingen aanstellen. Maar stel dat die dienaar bij zichzelf denkt: Mijn heer blijft nog lang weg. En hij begint de knechten en dienstmeisjes te slaan, en te eten, te drinken en zich te bedrinken. Dan komt zijn heer op een dag dat hij het niet verwacht en op een moment dat hij niet kent. Hij zal hem hard straffen en hem het lot geven van wie niet trouw zijn.'
Ook in
- 259Veel toevertrouwdLucas 12:48
- 260Vuur op de aardeLucas 12:49
- 261Achttien onder een torenLucas 13:2-5
- 262Nog één jaarLucas 13:8
- 263Weer rechtopLucas 13:12
Lucas 13:15 en 16
In een synagoge op sabbat, tegen de synagogeleider die boos is omdat hij een kromgegroeide vrouw heeft genezen.
Maar de Heer antwoordde hem: 'Huichelaars! Maakt niet ieder van jullie op de sabbat zijn os of ezel bij de voederbak los, om hem naar het water te brengen? En deze vrouw, een dochter van Abraham, die door Satan al achttien jaar gebonden was, mocht zij dan op de sabbat niet van die boei worden losgemaakt?'
Lucas 13:32 en 33
Een paar Farizeeën waarschuwen hem dat Herodes hem wil doden en raden hem aan te vertrekken.
Hij zei tegen hen: 'Ga tegen die vos zeggen: Vandaag en morgen drijf ik demonen uit en genees ik zieken, en op de derde dag ben ik bij mijn doel. Toch moet ik vandaag, morgen en overmorgen verder trekken. Want het kan niet dat een profeet ergens anders omkomt dan in Jeruzalem.'
Johannes 10:25 en 26
Bij het Tempelwijdingsfeest in de zuilengang van Salomo, als Joodse leiders eisen dat hij zegt of hij de Messias is.
Jezus antwoordde: 'Ik heb het jullie gezegd, maar jullie geloven het niet. Het werk dat ik in de naam van mijn Vader doe, getuigt van mij. Maar jullie geloven niet, omdat jullie niet bij mijn schapen horen.'
- 264Een stem die je kentJohannes 10:27
- 265EénJohannes 10:30
Johannes 10:32
De Joodse leiders pakken opnieuw stenen op, nadat hij gezegd heeft dat hij en de Vader één zijn.
Jezus zei tegen hen: 'Ik heb jullie veel goed werk laten zien, dat van de Vader komt. Om welk van die werken willen jullie mij stenigen?'
- 266Jullie zijn godenJohannes 10:34-38