Register · 8/14
Over de Jordaan
Alle uitspraken van Jezus uit deze periode, in de volgorde van zijn leven. De woorden met uitleg openen met een tik. De andere uitspraken staan hier in hun geheel.
AI
Lucas 14:3
Jezus stelde de wetgeleerden en de Farizeeën een vraag: 'Mag je op de sabbat iemand genezen, of niet?'
Zie ook: Een os in de put
- 267Een os in de putLucas 14:5
- 268De laatste plaatsLucas 14:11
- 269Een andere gastenlijstLucas 14:12-14
- 270Een vol huisLucas 14:23
- 271Haten of minder liefhebbenLucas 14:26 en 27
- 272Bereken de kostenLucas 14:28
Lucas 14:31-33
Onderweg tegen de grote menigte die met hem meetrekt, direct na het voorbeeld van iemand die een toren wil bouwen.
Of stel dat een koning ten strijde trekt tegen een andere koning. Gaat hij dan niet eerst zitten om te overleggen of hij met tienduizend man sterk genoeg is tegen iemand die met twintigduizend op hem afkomt? Als dat niet zo is, stuurt hij een gezantschap, terwijl de ander nog ver weg is, om te vragen naar de voorwaarden voor vrede. Zo ook met jullie: wie niet afstand doet van alles wat hij heeft, kan mijn leerling niet zijn.
- 273Negenennegentig is niet genoegLucas 15:4
- 274Feest in de hemelLucas 15:7
- 275Een vrouw met een lampLucas 15:8
Lucas 15:10
'Ik zeg jullie: zo is er blijdschap in het bijzijn van Gods engelen over één zondaar die tot inkeer komt.'
Zie ook: Een vrouw met een lamp
- 276Tot zichzelf gekomenLucas 15:17 en 18
- 277Een vader die rentLucas 15:20
Lucas 15:21-24
Toen zei de zoon tegen hem: Vader, ik heb tegen de hemel en tegen u gezondigd. Ik verdien het niet meer uw zoon te heten. Maar de vader riep tegen zijn knechten: Haal snel het mooiste kleed en trek het hem aan. Steek een ring aan zijn vinger en doe hem sandalen aan zijn voeten. Haal het gemeste kalf en slacht het, dan gaan we eten en feestvieren. Want mijn zoon hier was dood, en hij leeft weer. Hij was verloren, en hij is gevonden. En ze begonnen feest te vieren.
Zie ook: Een vader die rent
Lucas 15:25-30
Maar de oudste zoon was op het land. Toen hij terugkwam en dicht bij het huis was, hoorde hij muziek en dans. Hij riep een van de knechten en vroeg wat er aan de hand was. De knecht zei: Uw broer is terug. Uw vader heeft het gemeste kalf laten slachten, omdat hij hem veilig en gezond terug heeft. Toen werd de oudste zoon kwaad, en hij wilde niet naar binnen gaan. Zijn vader ging naar buiten en probeerde hem over te halen. Maar hij antwoordde zijn vader: Kijk, al zoveel jaren werk ik als een slaaf voor u, en nooit heb ik een bevel van u genegeerd. Maar mij hebt u nog nooit een bokje gegeven om feest te vieren met mijn vrienden. En nu die zoon van u thuiskomt, die uw bezit met hoeren heeft opgemaakt, laat u voor hem het gemeste kalf slachten.
Zie ook: De andere zoon
- 278De andere zoonLucas 15:31
Lucas 16:1-9
Nu tegen zijn leerlingen, na drie gelijkenissen over het verlorene voor mopperende Farizeeën en schriftgeleerden.
Jezus zei ook tegen zijn leerlingen: 'Er was een rijke man die een beheerder had. Die werd ervan beschuldigd dat hij het bezit van zijn heer verkwistte. Hij riep hem bij zich en vroeg: Wat is dat voor verhaal dat ik over je hoor? Geef me een verslag van je beheer. Je kunt niet langer mijn beheerder zijn. De beheerder dacht: Wat nu? Mijn heer neemt me mijn werk af. Om te spitten ben ik niet sterk genoeg, en om te bedelen schaam ik me. Ik weet wat ik ga doen, zodat de mensen mij in hun huizen zullen ontvangen als ik ontslagen word. Hij riep alle mensen bij zich die een schuld hadden bij zijn heer, een voor een. Hij vroeg aan de eerste: Hoeveel ben je mijn heer schuldig? Die antwoordde: Honderd vaten olijfolie. Hij zei tegen hem: Hier is je schuldbewijs. Ga zitten en schrijf snel vijftig. Toen vroeg hij een ander: En jij, hoeveel ben jij schuldig? Die antwoordde: Honderd zakken tarwe. Hij zei tegen hem: Hier is je schuldbewijs. Schrijf tachtig. En de heer prees de oneerlijke beheerder, omdat hij slim gehandeld had. Want de mensen van deze wereld zijn in de omgang met elkaar slimmer dan de mensen van het licht. Ik zeg jullie: maak vrienden met het oneerlijke geld, zodat je, als het op is, ontvangen wordt in de eeuwige woningen.'
- 279Trouw in het kleineLucas 16:10
- 280Wat hoog staatLucas 16:15
- 281Een naam en een poortLucas 16:31
- 282Een beetje geloofLucas 17:6
- 283Gewoon je werkLucas 17:10
- 284Twee dagen wachtenJohannes 11:4
Johannes 11:7-11
Aan de overkant van de Jordaan, twee dagen nadat hij het bericht kreeg dat zijn vriend Lazarus ziek is.
Toen zei hij tegen de leerlingen: 'We gaan terug naar Judea.' De leerlingen zeiden tegen hem: 'Rabbi, pas nog wilden de Joodse leiders u stenigen, en nu gaat u daar weer naartoe?' Jezus antwoordde: 'Heeft de dag niet twaalf uur? Wie overdag op pad is, struikelt niet, want hij kan zien bij het licht van deze wereld. Maar loopt iemand 's nachts, dan struikelt hij, omdat het licht niet in hem is.' Na deze woorden zei hij tegen hen: 'Onze vriend Lazarus is in slaap gevallen. Maar ik ga hem wakker maken.'
Johannes 11:14 en 15
Toen zei Jezus ronduit tegen hen: 'Lazarus is gestorven. Ter wille van jullie ben ik er blij om dat ik er niet was, want zo zullen jullie geloven. Maar laten we nu naar hem toe gaan.'
Zie ook: Twee dagen wachten
Johannes 11:23
Jezus zei tegen haar: 'Je broer zal opstaan.'
Zie ook: Hij wist het, en huilde toch
- 285Hij wist het, en huilde tochJohannes 11:25
Johannes 11:34
Hij vroeg: 'Waar hebben jullie hem neergelegd?' Ze zeiden: 'Heer, kom en kijk.'
Zie ook: Hij wist het, en huilde toch
- 286Hardop gebedenJohannes 11:41 en 42
- 287Kom naar buitenJohannes 11:43 en 44
Lucas 17:14
Hij zag hen en zei: 'Ga je laten zien aan de priesters.' Terwijl ze onderweg waren, werden ze rein.
Zie ook: Waar zijn de negen?
- 288Waar zijn de negen?Lucas 17:17
Lucas 17:19
Daarop zei Jezus tegen hem: 'Sta op, ga maar. Je geloof heeft je gered.'
Zie ook: Waar zijn de negen?
- 289Het koninkrijk is hierLucas 17:21
- 290Denk aan Lots vrouwLucas 17:32
- 291Dag en nachtLucas 18:7
- 292Nog geloof op aarde?Lucas 18:8
- 293Twee gebedenLucas 18:14
Marcus 10:3
Hij antwoordde: 'Wat heeft Mozes jullie voorgeschreven?'
Zie ook: Wat God verbonden heeft
- 294Wat God verbonden heeftMarcus 10:9
- 295Niet voor iedereenMatteüs 19:11
- 296Laat de kinderen komenMarcus 10:14
- 297Waarom noem je mij goed?Marcus 10:18 en 19
- 298Hij had hem liefMarcus 10:21
- 299Waarom ze schrokkenMarcus 10:23 en 25
- 300OnmogelijkMarcus 10:27
- 301Honderd keer zoveelMarcus 10:29 en 30
- 302Het laatste uurMatteüs 20:15
- 303De rangorde op zijn kopMatteüs 20:16
- 304Vooruit lopenMarcus 10:33
Marcus 10:36
Hij vroeg: 'Wat willen jullie dat ik voor jullie doe?'
Zie ook: Leiden door te dienen
- 305De beker en de doopMarcus 10:38-40
- 306Leiden door te dienenMarcus 10:43
- 307Om te dienenMarcus 10:45
- 308Een open vraagMarcus 10:51
- 309Vandaag in jouw huisLucas 19:5
- 310Ook een zoon van AbrahamLucas 19:9
- 311Waarom hij kwamLucas 19:10
- 312Tien stedenLucas 19:17