Register · 9/14
De laatste week
Alle uitspraken van Jezus uit deze periode, in de volgorde van zijn leven. De woorden met uitleg openen met een tik. De andere uitspraken staan hier in hun geheel.
AI
- 313Een mooi werkMarcus 14:6
- 314Wat ze konMarcus 14:7 en 8
Marcus 11:2 en 3
'Ga naar het dorp daar tegenover,' zei hij tegen hen. 'Zodra je er binnenkomt, vind je een veulen dat vastgebonden staat, waarop nog nooit iemand heeft gezeten. Maak het los en breng het mee. Als iemand jullie vraagt: Wat doen jullie daar?, antwoord dan: De Heer heeft het nodig. Hij stuurt het meteen weer terug.'
Ook in ·
- 315De stenen zullen roepenLucas 19:40
- 316Hij huilde om de stadLucas 19:42
- 317Een huis van gebedMatteüs 21:13
- 318Uit de mond van kinderenMatteüs 21:16
Johannes 12:23
In Jeruzalem rond Pesach, als Filippus en Andreas komen melden dat enkele Grieken hem willen ontmoeten.
Jezus antwoordde: 'Het uur is gekomen dat de Mensenzoon verheerlijkt wordt.'
- 319De graankorrelJohannes 12:24
- 320Dienen is volgenJohannes 12:26
- 321Wat moet ik zeggen?Johannes 12:27 en 28
- 322Allen tot mijJohannes 12:32
- 323Kinderen van het lichtJohannes 12:35 en 36
Johannes 12:44 en 45
Kort voor het Pesachfeest in Jeruzalem roept hij dit luid, terwijl veel leiders uit angst voor de Farizeeën zwijgen over hun geloof in hem.
Jezus riep: 'Wie in mij gelooft, gelooft niet alleen in mij, maar in wie mij gestuurd heeft. Wie mij ziet, ziet ook hem die mij gestuurd heeft.'
- 324Niet in het donker blijvenJohannes 12:46
- 325Niet om te oordelenJohannes 12:47
Johannes 12:49 en 50
Het slot van zijn luide toespraak in Jeruzalem, zijn laatste openbare woorden in het evangelie van Johannes.
'Want wat ik gezegd heb, kwam niet uit mezelf. De Vader die mij gestuurd heeft, heeft mij opgedragen wat ik moet zeggen en verkondigen. En ik weet dat wat hij opdraagt, eeuwig leven geeft. Wat ik zeg, zeg ik dus zoals de Vader het mij gezegd heeft.'
Matteüs 21:19
De ochtend na de tempelreiniging, op weg van Betanië terug naar Jeruzalem, wanneer hij honger heeft.
Hij zag een vijgenboom langs de weg staan. Hij ging erheen, maar vond er alleen bladeren aan. Hij zei tegen de boom: 'Nooit meer zul je vrucht dragen.' En meteen verdorde de vijgenboom.
Ook in
- 326Een berg in de zeeMarcus 11:23
- 327Alsof het al gegeven isMarcus 11:24
- 328Een wedervraagMarcus 11:29
- 329Ja zeggen, nee doenMatteüs 21:28
Matteüs 21:33-41
Nog in de tempel, tegen de hogepriesters en de oudsten van het volk, meteen na de gelijkenis van de twee zonen.
'Luister naar nog een gelijkenis. Er was een landeigenaar die een wijngaard aanlegde. Hij zette er een muur omheen, hakte een wijnpers uit en bouwde een wachttoren. Toen verhuurde hij de wijngaard aan boeren en ging op reis. Toen de tijd van de druivenoogst aanbrak, stuurde hij zijn knechten naar de boeren om zijn deel van de oogst op te halen. Maar de boeren grepen zijn knechten. Ze sloegen de een, de ander doodden ze, en een derde stenigden ze. Toen stuurde hij opnieuw knechten, meer dan de eerste keer. Maar met hen deden ze hetzelfde. Als laatste stuurde hij zijn eigen zoon. Hij dacht: Voor mijn zoon zullen ze wel respect hebben. Maar toen de boeren de zoon zagen, zeiden ze tegen elkaar: Dat is de erfgenaam. Kom, we brengen hem om, dan is zijn erfenis voor ons. Ze grepen hem, sleurden hem de wijngaard uit en brachten hem om. Wat zal de eigenaar van de wijngaard met die boeren doen als hij komt?' Ze antwoordden: 'Hij zal die misdadigers een ellendig einde bezorgen, en de wijngaard verhuren aan andere boeren, die hem op tijd zijn deel van de oogst geven.'
- 330De verworpen steenMarcus 12:10
- 331Velen geroepenMatteüs 22:14
- 332Wiens beeld?Matteüs 22:21
- 333Een God van levendenMarcus 12:27
- 334Ook met je verstandMatteüs 22:37
- 335Als jezelfMatteüs 22:39 en 40
- 336Niet ver wegMarcus 12:34
- 337Wiens zoon?Matteüs 22:42
- 338De stoel van MozesMatteüs 23:2 en 3
Matteüs 23:4-7
Tegen de menigte en zijn leerlingen in de tempel, over de schriftgeleerden en Farizeeën die op de stoel van Mozes zitten.
Ze binden zware lasten samen en leggen die op de schouders van de mensen, maar zelf willen ze er geen vinger naar uitsteken. Alles wat ze doen, doen ze om gezien te worden door de mensen. Ze maken hun gebedsriemen breed en verlengen de kwasten aan hun kleren. Ze zitten graag op de beste plaatsen bij feestmaaltijden en op de voorste rij in de synagogen. Ze worden graag gegroet op het marktplein, en ze horen graag dat de mensen hen rabbi noemen.
Ook in ·
- 339Allemaal broers en zussenMatteüs 23:8-10
Matteüs 23:13-15
Hier begint in de tempel zijn lange reeks wee-uitspraken, gericht tegen de schriftgeleerden en Farizeeën.
Wee jullie, schriftgeleerden en Farizeeën, jullie huichelaars! Jullie sluiten het koninkrijk van de hemel af voor de mensen. Zelf gaan jullie er niet binnen, en wie naar binnen wil, laten jullie er niet in. [Dit vers ontbreekt in de oudste handschriften. Latere handschriften voegen toe: Wee jullie, schriftgeleerden en Farizeeën, jullie huichelaars! Jullie eten de huizen van weduwen op, en voor de schijn zeggen jullie lange gebeden. Daarom zal jullie oordeel zwaarder zijn.] Wee jullie, schriftgeleerden en Farizeeën, jullie huichelaars! Jullie reizen over zee en land om één bekeerling te maken. En als het gelukt is, maken jullie hem tot iemand die twee keer zo erg bij de hel hoort als jullie zelf.
Matteüs 23:16-22
Verder in dezelfde rede, nu over de regels die schriftgeleerden en Farizeeën hanteren voor het afleggen van een eed.
Wee jullie, blinde gidsen! Jullie zeggen: Als iemand zweert bij de tempel, telt dat niet. Maar zweert iemand bij het tempelgoud, dan moet hij zijn eed nakomen. Dwazen en blinden! Wat is belangrijker: het goud, of de tempel waardoor het goud heilig wordt? En jullie zeggen: Als iemand zweert bij het altaar, telt dat niet. Maar zweert iemand bij de gave die erop ligt, dan is hij aan zijn eed gebonden. Blinden! Wat is belangrijker: de gave, of het altaar waardoor de gave heilig wordt? Wie dus bij het altaar zweert, zweert bij het altaar en bij alles wat erop ligt. Wie bij de tempel zweert, zweert bij de tempel en bij hem die erin woont. Wie bij de hemel zweert, zweert bij Gods troon en bij hem die erop zit.
- 340Het belangrijksteMatteüs 23:23
- 341Een mug en een kameelMatteüs 23:24
- 342Wat in de beker zitMatteüs 23:25 en 26
- 343WitgekalktMatteüs 23:27 en 28
Matteüs 23:29-36
De laatste wee-uitspraak in de tempel, over de graven van de profeten, vlak voor zijn klacht over Jeruzalem.
Wee jullie, schriftgeleerden en Farizeeën, jullie huichelaars! Jullie bouwen de graven van de profeten en jullie versieren de gedenktekens van de rechtvaardigen. En jullie zeggen: Hadden wij in de tijd van onze voorouders geleefd, dan hadden wij niet met hen meegedaan aan het vermoorden van de profeten. Daarmee getuigen jullie tegen jezelf dat jullie de kinderen zijn van de moordenaars van de profeten. Maak dan maar af wat jullie voorouders begonnen zijn! Slangen, addergebroed! Hoe denken jullie te ontkomen aan het oordeel van de hel? Daarom stuur ik jullie profeten, wijzen en schriftgeleerden. Sommigen van hen zullen jullie doden en kruisigen. Anderen zullen jullie geselen in jullie synagogen en van stad tot stad vervolgen. Zo komt al het onschuldige bloed dat op aarde vergoten is, over jullie heen. Dat begint bij het bloed van de rechtvaardige Abel en loopt tot dat van Zacharias, zoon van Berechja, die jullie tussen tempel en altaar hebben vermoord. Ik zeg jullie de waarheid: dit alles zal over deze generatie komen.
Ook in
- 344Als een henMatteüs 23:37
- 345Twee muntjesMarcus 12:43
- 346Geen steen op de andereMarcus 13:2
- 347Laat je niet misleidenMarcus 13:5
- 348Eerst het goede nieuwsMarcus 13:10
- 349Wie volhoudtMarcus 13:13
Lucas 21:18 en 19
Op het tempelplein, direct nadat hij heeft voorspeld dat zijn volgelingen vervolgd en zelfs door hun eigen familie verraden zullen worden.
Maar er gaat geen haar van je hoofd verloren. Door vol te houden zullen jullie je leven winnen.
- 350Vlucht naar de bergenMarcus 13:14
Marcus 13:21-23
Op de Olijfberg, tegenover de tempel, tegen Petrus, Jakobus, Johannes en Andreas, die hem vragen naar het teken van wat komen gaat.
Zegt iemand dan tegen jullie: Kijk, hier is de Messias, of: Kijk, daar is hij, geloof het niet. Want er komen valse messiassen en valse profeten. Die zullen tekenen en wonderen doen om, als dat kon, zelfs de mensen die God heeft uitgekozen te misleiden. Pas dus op. Ik heb jullie alles vooraf verteld.
Ook in · ·
- 351Komend op de wolkenMarcus 13:26
- 352Hoofd omhoogLucas 21:28
- 353Woorden die blijvenMarcus 13:31
- 354Ook de Zoon nietMarcus 13:32
- 355De dagen van NoachLucas 17:26 en 27
- 356Meegenomen of achtergelatenLucas 17:34 en 35
- 357Een zwaar hartLucas 21:34
Lucas 21:36
'Blijf wakker en bid op elk moment, zodat je de kracht krijgt om te ontkomen aan alles wat gaat gebeuren, en om te kunnen staan voor de Mensenzoon.'
Zie ook: Een zwaar hart
- 358Op een onverwacht uurLucas 12:39 en 40
- 359Olie in je lampMatteüs 25:13
- 360Over weinig getrouwMatteüs 25:21
- 361Schapen en bokkenMatteüs 25:32
- 362Ik had hongerMatteüs 25:34-36
- 363Waar je hem niet verwachtMatteüs 25:40
Matteüs 25:41-46
Op de Olijfberg, tegen de leerlingen, aan het slot van het beeld van de koning die schapen en bokken scheidt.
'Dan zal hij ook tegen wie links van hem staan zeggen: Ga weg van mij, jullie die vervloekt zijn, naar het eeuwige vuur dat klaarligt voor de duivel en zijn engelen. Ik had namelijk honger, en jullie gaven me geen eten. Ik had dorst, en jullie gaven me niets te drinken. Ik kwam als vreemde, en jullie gaven me geen onderdak. Ik had geen kleren, en jullie kleedden me niet. Ik was ziek, ik zat in de gevangenis, en jullie keken niet naar me om. Dan zullen ook zij antwoorden: Heer, wanneer zagen wij dat u honger of dorst had, dat u een vreemde was of geen kleren had, dat u ziek was of gevangenzat, en hebben wij u niet geholpen? Dan zal hij hun antwoorden: Ik zeg jullie de waarheid: alles wat jullie niet hebben gedaan voor een van deze mensen, hoe onbelangrijk ook, dat hebben jullie ook niet voor mij gedaan. En zij zullen weggaan naar de eeuwige straf, maar de rechtvaardigen naar het eeuwige leven.'
- 364Over twee dagenMatteüs 26:2