Register · 10/14
De laatste avond
Alle uitspraken van Jezus uit deze periode, in de volgorde van zijn leven. De woorden met uitleg openen met een tik. De andere uitspraken staan hier in hun geheel.
AI
Marcus 14:13-15
Hij stuurde twee van zijn leerlingen vooruit en zei tegen hen: 'Gaan jullie naar de stad. Daar komen jullie een man tegen die een kruik water draagt. Ga achter hem aan, en zeg tegen de eigenaar van het huis waar hij naar binnen gaat: De Meester vraagt: Waar is de kamer waar ik met mijn leerlingen de pesachmaaltijd kan eten? En hij zal jullie een grote bovenkamer laten zien, ingericht en klaar. Maak daar de maaltijd voor ons klaar.'
Ook in ·
- 365Ik heb ernaar verlangdLucas 22:15
- 366Een plaats aan tafelLucas 22:30
- 367Je laten dienenJohannes 13:8
Johannes 13:10 en 11
Jezus zei tegen hem: 'Wie een bad genomen heeft, hoeft alleen zijn voeten te laten wassen. Verder is hij helemaal schoon. En jullie zijn schoon, maar niet iedereen.' Want hij wist wie hem zou verraden. Daarom zei hij: 'Jullie zijn niet allemaal schoon.'
Zie ook: Je laten dienen
- 368Elkaars voetenJohannes 13:14
- 369Gelukkig als je het doetJohannes 13:16 en 17
Johannes 13:18 en 19
Na de voetwassing, aan tafel met de twaalf, als hij opnieuw zinspeelt op iemand in hun kring die hem zal verraden.
Ik heb het niet over jullie allemaal. Ik weet wie ik gekozen heb. Maar de Schrift moet in vervulling gaan: Hij die mijn brood eet, keerde zich tegen mij. Ik vertel het jullie al voordat het gebeurt, zodat jullie, als het gebeurt, geloven dat ik het ben.
- 370Ben ik het?Marcus 14:18
- 371Je zegt het zelfMatteüs 26:24 en 25
Johannes 13:26 en 27
Als de leerling die naast hem aanligt op aandringen van Petrus vraagt wie de verrader is.
Jezus antwoordde: 'Het is degene voor wie ik het stuk brood zal indopen en aan wie ik het zal geven.' Hij doopte het brood in en gaf het aan Judas, zoon van Simon Iskariot. Toen Judas het brood had aangenomen, ging Satan in hem. Jezus zei tegen hem: 'Wat je gaat doen, doe het snel.'
Johannes 13:31 en 32
Zodra Judas in de nacht naar buiten is gegaan, tegen de elf die met hem achterblijven.
Toen Judas naar buiten was gegaan, zei Jezus: 'Nu is de Mensenzoon verheerlijkt, en God is verheerlijkt in hem. Als God in hem verheerlijkt is, dan zal God ook hem in zichzelf verheerlijken, en dat zal hij meteen doen.'
Johannes 13:33
Tegen de elf leerlingen, vlak voordat hij hun het nieuwe gebod geeft om elkaar lief te hebben.
Kinderen, ik ben nog maar kort bij jullie. Jullie zullen mij zoeken, en wat ik tegen de Joodse leiders heb gezegd, zeg ik nu ook tegen jullie: jullie kunnen niet komen waar ik naartoe ga.
- 372Wat is er nieuw?Johannes 13:34
- 373Zie hoe ze elkaar liefhebbenJohannes 13:35
Johannes 13:36
Simon Petrus wil weten waar hij heen gaat, vlak voor de aankondiging dat Petrus hem zal verloochenen.
Simon Petrus vroeg hem: 'Heer, waar gaat u naartoe?' Jezus antwoordde: 'Waar ik naartoe ga, kun je mij nu niet volgen. Maar later zul je me volgen.'
- 374Ik heb voor je gebedenLucas 22:32
- 375Op weg naar GalileaMatteüs 26:31 en 32
- 376Bij de misdadigers gerekendLucas 22:37
- 377Voordat de haan kraaitMatteüs 26:34
- 378Het is genoegLucas 22:38
- 379Doe ditLucas 22:19
Matteüs 26:29
Aan tafel bij het Pesachmaal, direct nadat hij de leerlingen de beker heeft gegeven.
'Ik zeg jullie: van nu af aan zal ik niet meer drinken van de vrucht van de wijnstok, tot de dag dat ik hem samen met jullie nieuw drink in het koninkrijk van mijn Vader.'
Ook in ·
- 380Laat je hart niet onrustig zijnJohannes 14:1
- 381Een plek voor jouJohannes 14:2
- 382Ik kom terugJohannes 14:3
- 383Een weg, geen kaartJohannes 14:6
Johannes 14:7
Op de laatste avond, als antwoord op een vraag naar de weg, vlak voordat Filippus vraagt om de Vader te zien.
'Als jullie mij echt kennen, kennen jullie ook mijn Vader. Vanaf nu kennen jullie hem, en jullie hebben hem gezien.'
- 384Toon ons de VaderJohannes 14:9
- 385Nog groter werkJohannes 14:12
- 386In zijn naamJohannes 14:13 en 14
- 387Opdracht of belofteJohannes 14:15
- 388Een andere helperJohannes 14:16
- 389Geen wezenJohannes 14:18
- 390Omdat ik leefJohannes 14:19-21
- 391Thuis bij jouJohannes 14:23
- 392Iemand naast jeJohannes 14:26
- 393Vrede die blijftJohannes 14:27
- 394Groter dan ikJohannes 14:28 en 29
Johannes 14:30 en 31
Aan het eind van het eerste deel van zijn afscheidsrede, nog in de zaal waar ze de maaltijd hebben gehouden.
'Veel zal ik niet meer tegen jullie zeggen, want de heerser van deze wereld komt. Over mij heeft hij geen macht. Maar de wereld moet weten dat ik van de Vader houd, en dat ik doe wat de Vader mij heeft opgedragen. Sta op, laten we hier weggaan.'
- 395De wijnbouwer snoeitJohannes 15:1 en 2
- 396De rank hoeft niet te persenJohannes 15:5
Johannes 15:6
Uit het beeld van de wijnstok en de ranken, dat hij zijn leerlingen op de laatste avond voorhoudt.
Wie niet in mij blijft, wordt weggegooid als een rank en verdort. Zulke ranken worden verzameld en in het vuur gegooid, en ze verbranden.
- 397Blijven en vragenJohannes 15:7
- 398Een vreugde die vol isJohannes 15:9-11
- 399VriendenJohannes 15:13
- 400Vriend van GodJohannes 15:15
- 401Jij bent gekozenJohannes 15:16
- 402Als je tegenwind krijgtJohannes 15:18
Johannes 15:20-25
In zijn afscheidsrede tegen de elf, nadat hij heeft gezegd dat de wereld hen zal haten zoals ze hem haat.
Denk aan wat ik tegen jullie gezegd heb: een slaaf is niet belangrijker dan zijn heer. Als ze mij vervolgd hebben, zullen ze jullie ook vervolgen. Als ze zich aan mijn woorden gehouden hebben, zullen ze zich ook aan die van jullie houden. Maar dit alles zullen ze jullie aandoen omdat jullie bij mij horen, want ze kennen hem niet die mij gestuurd heeft. Als ik niet gekomen was en niet tegen hen gesproken had, zouden ze geen zonde hebben. Maar nu kunnen ze hun zonde niet meer goedpraten. Wie mij haat, haat ook mijn Vader. Had ik onder hen niet het werk gedaan dat niemand anders gedaan heeft, dan zouden ze geen zonde hebben. Maar nu hebben ze het gezien, en toch haten ze zowel mij als mijn Vader. Maar zo moest uitkomen wat in hun Wet geschreven staat: Ze hebben mij zonder reden gehaat.
Johannes 15:26 en 27
Nog in de afscheidsrede, tussen zijn woorden over de haat van de wereld en zijn waarschuwing voor vervolging.
'Als de Trooster komt, die ik jullie vanuit de Vader zal sturen, de Geest van de waarheid die uitgaat van de Vader, dan zal hij over mij getuigen. En ook jullie zullen getuigen, want jullie zijn van het begin af bij mij geweest.'
Johannes 16:1-6
Verder in de afscheidsrede waarschuwt hij de leerlingen dat ze uitgesloten en vervolgd zullen worden.
'Dit heb ik jullie gezegd, zodat jullie niet ten val komen. Ze zullen jullie uit de synagoge zetten. Ja, er komt een tijd dat wie jullie doodt, denkt dat hij God daarmee een dienst bewijst. Dat zullen ze doen, omdat ze de Vader niet kennen, en mij ook niet. Maar ik heb jullie dit gezegd, zodat jullie, als die tijd komt, eraan terugdenken dat ik het jullie gezegd heb. In het begin heb ik jullie dit niet gezegd, omdat ik bij jullie was. Maar nu ga ik naar hem die mij gestuurd heeft, en niemand van jullie vraagt mij: Waar gaat u heen? Maar doordat ik jullie dit gezegd heb, is jullie hart vol verdriet.'
- 403Beter dat ik gaJohannes 16:7
- 404Het proces heropendJohannes 16:8-11
- 405Geleid in de waarheidJohannes 16:13
Johannes 16:14 en 15
Nog op de laatste avond, waar hij vertelt wat de Geest van de waarheid voor de leerlingen zal doen.
Hij zal mij verheerlijken, want wat hij jullie vertelt, zal hij van mij ontvangen. Alles wat de Vader heeft, is van mij. Daarom zei ik: wat hij jullie vertelt, zal hij van mij ontvangen.
Johannes 16:16
Een uitspraak waarover de leerlingen direct daarna onder elkaar praten, omdat ze niet begrijpen wat hij met 'nog even' bedoelt.
'Nog even, en jullie zien mij niet meer. En even later zullen jullie mij weer zien.'
- 406Nog evenJohannes 16:19 en 20
- 407Vreugde die niemand afpaktJohannes 16:22
- 408Rechtstreeks naar de VaderJohannes 16:23 en 24
Johannes 16:25-28
Bijna aan het slot van de afscheidsrede, waarna de leerlingen zeggen dat hij nu eindelijk duidelijke taal spreekt.
'Dit heb ik tegen jullie gezegd in beelden. Maar de tijd komt dat ik niet langer in beelden tegen jullie spreek, maar dat ik jullie ronduit over de Vader vertel. Op die dag zullen jullie in mijn naam vragen. En ik zeg niet dat ik bij de Vader voor jullie zal pleiten, want de Vader houdt zelf van jullie, omdat jullie mij hebben liefgehad en geloofd hebben dat ik van God gekomen ben. Ik ben van de Vader uitgegaan en in de wereld gekomen. Nu laat ik de wereld weer achter en ga ik naar de Vader.'
Johannes 16:31 en 32
Zijn antwoord aan de leerlingen, die net hebben gezegd dat ze nu geloven dat hij van God gekomen is.
Jezus antwoordde: 'Geloven jullie nu? Kijk, er komt een tijd, en die is er al, dat jullie verstrooid worden, ieder naar zijn eigen huis. Dan laten jullie mij alleen. Toch ben ik niet alleen, want de Vader is met mij.'
- 409Al overwonnenJohannes 16:33
- 410Het uur is daarJohannes 17:1 en 2
- 411Wat eeuwig leven isJohannes 17:3
Johannes 17:4 en 5
Aan het begin van zijn lange gebed na de afscheidsrede, met zijn ogen naar de hemel geheven.
Ik heb u op aarde verheerlijkt door het werk te voltooien dat u mij hebt opgedragen. En nu, Vader, verheerlijk mij bij u met de heerlijkheid die ik al bij u had, nog voor de wereld bestond.
Johannes 17:6-10
Biddend tot de Vader op de laatste avond, nu over de mannen die de Vader hem uit de wereld heeft gegeven.
Uw naam heb ik bekendgemaakt aan de mensen uit de wereld die u mij hebt gegeven. Ze waren van u, en u hebt ze aan mij toevertrouwd, en ze hebben zich aan uw woord gehouden. Nu weten ze dat alles wat u mij gegeven hebt, van u komt. Want ik heb hun de woorden gegeven die u mij gaf. Ze hebben ze aangenomen, en ze weten echt dat ik van u ben uitgegaan. En ze geloven dat u mij gestuurd hebt. Voor hen bid ik. Niet voor de wereld, maar voor wie u mij hebt toevertrouwd, want ze zijn van u. Alles wat ik heb, is van u, en wat u hebt, is van mij. En in hen ben ik verheerlijkt.
Johannes 17:11-13
Hij bidt verder voor zijn leerlingen, die in de wereld achterblijven nu hij naar de Vader gaat.
Ik ben niet langer in de wereld, maar zij zijn nog wel in de wereld, en ik ga naar u toe. Heilige Vader, bewaar hen in uw naam, de naam die u mij gegeven hebt, zodat ze één zijn, zoals wij één zijn. Toen ik bij hen was, bewaarde ik hen in uw naam, die u mij gegeven hebt. Ik heb over hen gewaakt, en niemand van hen is verloren gegaan, behalve de zoon van het verderf, zodat de Schrift in vervulling ging. Maar nu kom ik naar u toe. Dit zeg ik terwijl ik nog hier in de wereld ben, zodat mijn vreugde in hen volkomen is.
- 412In de wereldJohannes 17:15 en 16
- 413Apart gezetJohannes 17:17
- 414Hij bad voor jouJohannes 17:20 en 21
- 415Bemind zoals JezusJohannes 17:22 en 23
Johannes 17:24-26
De slotwoorden van zijn gebed, vlak voordat hij met de leerlingen het Kidrondal oversteekt.
'Vader, ik wil dat de mensen die u mij gegeven hebt, bij mij zijn waar ik ben. Dan zien ze mijn heerlijkheid, de heerlijkheid die u mij gaf, omdat u mij liefhad nog voordat de wereld gegrondvest was. Rechtvaardige Vader, de wereld heeft u niet leren kennen, maar ik ken u. En zij weten nu dat u mij gestuurd hebt. Ik heb uw naam aan hen bekendgemaakt, en dat blijf ik doen, zodat de liefde die u voor mij hebt, in hen is, en ik in hen.'
Marcus 14:32
Ze kwamen bij een plek met de naam Getsemane. Hij zei tegen zijn leerlingen: 'Blijf hier zitten terwijl ik bid.'
Ook in
Zie ook: In de olijfpers
- 416Blijf bij mijMatteüs 26:38
- 417In de olijfpersMatteüs 26:39
- 418Slapende vriendenMatteüs 26:40
- 419De geest is gewilligMatteüs 26:41
Matteüs 26:42
Hij ging opnieuw weg, voor de tweede keer, en bad: 'Mijn Vader, als deze beker niet aan mij voorbij kan gaan tenzij ik hem drink, laat dan uw wil gebeuren.'
Zie ook: In de olijfpers
Marcus 14:41 en 42
Hij kwam voor de derde keer terug en zei tegen hen: 'Slapen jullie nog steeds en rusten jullie uit? Het is genoeg. Het uur is gekomen. Kijk, de Mensenzoon wordt uitgeleverd aan zondaars. Sta op, laten we gaan. Kijk, daar komt degene die mij verraadt.'
Ook in
Zie ook: De geest is gewillig
- 420Verraden met een kusLucas 22:48
- 421Wie zoeken jullie?Johannes 18:4 en 5
- 422Steek je zwaard wegMatteüs 26:52
Lucas 22:51
Maar Jezus zei: 'Stop, tot hier en niet verder!' Hij raakte het oor aan en genas hem.
Zie ook: Steek je zwaard weg
- 423Twaalf legioenenMatteüs 26:53 en 54
Matteüs 26:55 en 56
Bij zijn arrestatie in de nacht, tegen de gewapende menigte die de hogepriesters en oudsten op hem af hebben gestuurd.
Tegen de menigte zei Jezus: 'Zijn jullie met zwaarden en knuppels uitgerukt om mij op te pakken, alsof ik een misdadiger ben? Elke dag zat ik in de tempel onderwijs te geven, en toen hebben jullie mij niet gegrepen. Maar dit is allemaal gebeurd zodat de geschriften van de profeten in vervulling zouden gaan.' Alle leerlingen lieten hem toen in de steek en vluchtten.
Ook in ·