Het manna
Het Oude Testament
Toen de Israëlieten het zagen, vroegen ze aan elkaar: 'Wat is dat?' Want wat het was, wisten ze niet. Mozes zei tegen hen: 'Het is het brood dat de Heer jullie te eten geeft.'
Exodus 16:15
Lees de hele tekst in een moderne AI-vertaling AI
Lees de hele tekst (38 verzen)
In het Nieuwe Testament
Jezus antwoordde: 'Ik ben het brood dat leven geeft. Wie bij mij komt, zal nooit meer honger lijden, en wie op mij vertrouwt, krijgt nooit meer dorst.'
Johannes 6:35
AI
Lees de hele tekst in een moderne AI-vertaling AI
Lees de hele tekst (10 verzen)
In de woestijn heeft het volk honger en moppert. God laat elke ochtend brood uit de hemel regenen: manna, genoeg voor één dag, en op de dag vóór de sabbat voor twee. Veertig jaar lang eet het volk ervan. De psalm noemt het 'graan uit de hemel', 'brood van engelen'.
De menigte in Kafarnaüm citeert juist deze psalm als ze Jezus om een teken vragen: onze voorouders aten het manna in de woestijn. Jezus antwoordt dat hij het ware brood uit de hemel is. Er bestond een Joodse verwachting dat de Messias het manna zou terugbrengen. Het verschil dat Jezus aanwijst: wie het manna at, is toch gestorven; wie van dit brood eet, zal leven. Zoals het manna was ook het brood waarom hij leerde bidden, voor elke dag: geef ons vandaag ons dagelijks brood.
Wat Jezus erover zei
- Brood uit BethlehemIk ben het brood dat leven geeft. Wie bij mij komt, zal nooit meer honger lijden, en wie op…Johannes 6:35
- Een raadselachtig woordGeef ons vandaag ons dagelijks brood.Matteüs 6:11