Register · 2/14
Het begin
Alle uitspraken van Jezus uit deze periode, in de volgorde van zijn leven. De woorden met uitleg openen met een tik. De andere uitspraken staan hier in hun geheel.
AI
- 6De eerste vraagJohannes 1:38
- 7Kom kijkenJohannes 1:39
- 8Een nieuwe naamJohannes 1:42
Johannes 1:43
De dag daarna wilde Jezus naar Galilea vertrekken. Hij zag Filippus. 'Volg mij,' zei hij tegen hem.
Zie ook: Een nieuwe naam
- 9Iets goeds hardopJohannes 1:47
- 10Onder de vijgenboomJohannes 1:48
- 11De hemel openJohannes 1:50 en 51
- 12Wijn op een bruiloftJohannes 2:4
Johannes 2:7 en 8
'Vul de vaten met water,' zei Jezus tegen de bedienden. En ze vulden ze tot aan de rand. Toen zei hij tegen hen: 'Schep er nu wat uit en breng het naar de ceremoniemeester.' Dat deden ze.
Zie ook: Wijn op een bruiloft
- 13Geen markthalJohannes 2:16
- 14In drie dagenJohannes 2:19
- 15Opnieuw geborenJohannes 3:3
- 16Uit water en GeestJohannes 3:5 en 6
- 17Wind en GeestJohannes 3:8
Johannes 3:10-13
's Nachts in Jeruzalem, tegen Nikodemus, een vooraanstaande Farizeeër die niet begrijpt hoe iemand opnieuw geboren kan worden.
Jezus antwoordde: 'Jij bent de leraar van Israël, en je begrijpt dit niet? Ik zeg je de waarheid: wij vertellen wat we weten en getuigen van wat we met eigen ogen gezien hebben. Maar jullie nemen ons getuigenis niet aan. Jullie geloven mij al niet als ik over aardse dingen spreek. Hoe zullen jullie mij dan geloven als het over hemelse dingen gaat? Niemand is opgestegen naar de hemel, behalve hij die uit de hemel kwam: de Mensenzoon. [Latere handschriften voegen toe: die in de hemel is.]'
- 18De slang op de paalJohannes 3:14 en 15
- 19Het bekendste versJohannes 3:16
- 20Om te reddenJohannes 3:17
- 21Liever in het donkerJohannes 3:18-21
Johannes 4:7
Er kwam een Samaritaanse vrouw om water te putten. 'Geef me wat te drinken,' zei Jezus tegen haar.
Zie ook: Aan de put
- 22Als je wistJohannes 4:10
- 23Aan de putJohannes 4:14
Johannes 4:16-18
Hij zei tegen haar: 'Ga je man roepen en kom dan hier terug.' De vrouw antwoordde: 'Ik heb geen man.' Toen zei Jezus tegen haar: 'Je hebt gelijk als je zegt: Ik heb geen man. Want je hebt vijf mannen gehad, en de man die je nu hebt, is je man niet. Daarin heb je de waarheid gesproken.'
Zie ook: Aan de put
Johannes 4:21 en 22
Bij de put van Jakob, nadat de Samaritaanse vrouw het verschil noemt: aanbidden op deze berg of in Jeruzalem.
Jezus zei tegen haar: 'Geloof me, vrouw: er komt een tijd dat jullie de Vader niet op deze berg zullen aanbidden, en ook niet in Jeruzalem. Jullie aanbidden wat jullie niet kennen. Wij aanbidden wat we kennen, want de redding komt van de Joden.'
- 24Niet op deze bergJohannes 4:23 en 24
- 25Zonder omwegJohannes 4:26
Johannes 4:32
Maar hij antwoordde: 'Ik heb voedsel om te eten waar jullie niets van weten.'
Zie ook: Mijn voedsel
- 26Mijn voedselJohannes 4:34
- 27De een zaaitJohannes 4:35-38
Johannes 4:48
In Kana, tegen een koninklijk ambtenaar uit Kafarnaüm die hem vraagt mee te komen voor zijn doodzieke zoon.
Jezus zei tegen hem: 'Als jullie geen tekenen en wonderen zien, geloven jullie niet.'
- 28Op zijn woordJohannes 4:50
- 29De eerste woorden in MarcusMarcus 1:15
- 30Het programma van NazaretLucas 4:18
- 31Vandaag, terwijl je luistertLucas 4:21
- 32Bewijs het maarLucas 4:23
- 33Te bekend om te gelovenLucas 4:24
Lucas 4:25-27
In de synagoge van Nazaret, als zijn dorpsgenoten zich verbazen dat de zoon van Jozef zo spreekt.
'Ik zeg jullie eerlijk: in de tijd van Elia waren er veel weduwen in Israël, toen de hemel drieënhalf jaar dicht bleef en er een grote hongersnood was in het hele land. Toch werd Elia naar geen van hen gestuurd, maar alleen naar een weduwe in Sarefat, in het gebied van Sidon. Zo waren er ook veel melaatsen in Israël toen de profeet Elisa leefde. Toch werd geen van hen rein, maar alleen Naäman uit Syrië.'
- 34Op uw woordLucas 5:4
- 35Vissers van mensenMatteüs 4:19
- 36Met gezagMarcus 1:25
- 37Niet blijven waar het succes isMarcus 1:38
- 38Ik wilMarcus 1:41
- 39Vrienden door het dakMarcus 2:5
- 40Wat is makkelijker?Marcus 2:9-11
- 41Twee woordenMatteüs 9:9
- 42Een dokter voor ziekenMatteüs 9:12
- 43Nieuwe zakkenMarcus 2:22
Lucas 5:39
Slot van zijn antwoord op de vraag waarom zijn leerlingen eten en drinken, terwijl die van Johannes de Doper en de Farizeeën vasten.
'En niemand die oude wijn gedronken heeft, wil daarna jonge. Want hij zegt: De oude is goed.'
- 44Een vreemde vraagJohannes 5:6
- 45Pak je matJohannes 5:8
- 46Na de genezingJohannes 5:14
- 47De Vader werktJohannes 5:17
Johannes 5:19-23
Na een genezing op sabbat bij het bad van Betesda, tegen leiders die hem willen doden omdat hij God zijn Vader noemt.
Jezus zei tegen hen: 'Ik zeg jullie de waarheid: de Zoon kan uit zichzelf niets doen. Hij doet alleen wat hij de Vader ziet doen. Want wat de Vader doet, doet de Zoon ook. De Vader heeft de Zoon lief, en hij laat hem alles zien wat hij zelf doet. En hij zal hem nog grotere werken tonen, zodat jullie versteld zullen staan. De Vader wekt de doden op en geeft hun leven, en zo geeft ook de Zoon leven aan wie hij wil. Want de Vader oordeelt niemand, maar hij heeft het hele oordeel aan de Zoon gegeven, zodat iedereen de Zoon zal eren zoals ze de Vader eren. Wie de Zoon geen eer geeft, geeft ook de Vader geen eer, die hem gestuurd heeft.'
- 48Al overgegaanJohannes 5:24
- 49Een rechter die mens isJohannes 5:25-29
Johannes 5:30-38
In zijn verweer tegen de Joodse leiders in Jeruzalem na de genezing op sabbat, nu over de vraag wie er voor hem getuigt.
Ik kan niets uit mezelf doen. Ik oordeel zoals ik het hoor. Mijn oordeel is rechtvaardig, omdat ik niet zoek wat ik zelf wil, maar wat hij wil die mij gestuurd heeft. Als ik zelf over mijzelf getuig, is mijn getuigenis niet geldig. Er is een ander die over mij getuigt, en ik weet dat wat hij over mij getuigt, waar is. Jullie stuurden mensen naar Johannes, en hij heeft getuigd van de waarheid. Maar ik heb geen getuigenis van een mens nodig. Ik zeg dit alleen, zodat jullie gered worden. Johannes was een lamp die brandde en licht gaf, en jullie wilden een tijdje genieten van zijn licht. Maar ik heb een groter getuigenis dan dat van Johannes: de werken die de Vader mij te volbrengen gaf. Juist die werken, die ik doe, getuigen over mij dat de Vader mij gestuurd heeft. En de Vader die mij gestuurd heeft, heeft zelf over mij getuigd. Maar jullie hebben nooit zijn stem gehoord of zijn gestalte gezien. En zijn woord blijft niet in jullie, want jullie geloven niet in hem die hij gestuurd heeft.
- 50Onderzoek de SchriftenJohannes 5:39
Johannes 5:41-47
Aan het slot van zijn verweer in Jeruzalem, tegen leiders die de Schriften onderzoeken maar niet naar hem toe willen komen.
'Ik zoek geen eer van mensen. Maar ik ken jullie: jullie hebben de liefde van God niet in je. Ik ben in de naam van mijn Vader gekomen, en jullie ontvangen mij niet. Als iemand anders komt in zijn eigen naam, zullen jullie hem wel ontvangen. Hoe kunnen jullie geloven, als jullie eer van elkaar aannemen, maar de eer die van de enige God komt niet zoeken? Denk niet dat ik jullie bij de Vader zal aanklagen. Er is al iemand die jullie aanklaagt: Mozes, op wie jullie je hoop gevestigd hebben. Als jullie Mozes echt geloofden, zouden jullie mij ook geloven, want over mij heeft hij geschreven. Maar als jullie niet geloven wat hij geschreven heeft, hoe zullen jullie dan geloven wat ik zeg?'
- 51Rust is voor jouMarcus 2:27
- 52Goed doen op sabbatMarcus 3:4