Jesus dicit

MijnAchtergrond

De taal die Jezus sprak

Jezus sprak Aramees, de omgangstaal in Galilea. Hij kende ook Hebreeuws, de taal van de Schriften: in de synagoge van Nazaret las hij voor uit Jesaja. Misschien sprak hij ook wat Grieks, de handelstaal van die tijd.

De evangeliën zijn in het Grieks geschreven. Wat we lezen, zijn dus al vertaalde woorden. Maar hier en daar is het Aramees bewaard gebleven, vooral bij Marcus. Talitha kumi, meisje sta op. Effatha, word geopend. Abba, Vader. En de kreet aan het kruis: Eloi, Eloi, lamma sabachtani. Op deze site staan ze in de spelling van de Statenvertaling.

Zulke sporen zijn kostbaar. Iemand heeft deze klanken onthouden en letterlijk doorgegeven, ook toen het verhaal in een andere taal werd verteld. Voor onderzoekers is dat een aanwijzing dat deze woorden heel oud zijn.

Op deze site vind je die woorden onder meer bij Talitha kumi, Effatha, het Onze Vader en het gebed van de verlatene.

VolgendeHoe weten we wat Jezus zei?