Wie de naam van de Heer aanroept
Het Oude Testament
Maar wie de naam van de Heer aanroept, zal gered worden. Want op de Sionsberg en in Jeruzalem zullen mensen ontkomen, zoals de Heer gezegd heeft. Onder de overlevenden zijn zij die de Heer roept.
Joël 2:32
Lees de hele tekst in een moderne AI-vertaling AI
Lees de hele tekst (1 vers)
In het Nieuwe Testament
Want wie de naam van de Heer aanroept, die zal gered worden.
Romeinen 10:13
AI
Lees de hele tekst in een moderne AI-vertaling AI
Lees de hele tekst (8 verzen)
Wie de Heer bij zijn naam aanroept, zal gered worden.
Bij Joël staat hier de Godsnaam, JHWH (zie nummer 62). Petrus citeert het op Pinksteren en eindigt zijn preek met: God heeft deze Jezus tot Heer en Messias gemaakt. Paulus is nog explicieter: als je belijdt dat Jezus Heer is, word je gered, want 'wie de naam van de Heer aanroept'. Hij noemt christenen zelfs 'allen die overal de naam aanroepen van onze Heer Jezus Christus'. De Griekse vertaling van het Oude Testament gaf de Godsnaam weer met kurios, Heer, en de eerste christenen noemden Jezus met precies hetzelfde woord.