Koningen brengen geschenken
Het Oude Testament
Alle koningen buigen voor hem neer, alle volken dienen hem.
Psalm 72:11
Lees de hele tekst in een moderne AI-vertaling AI
Lees de hele tekst (6 verzen)
In het Nieuwe Testament
Ze gingen het huis binnen en zagen het kind met Maria, zijn moeder. Ze knielden neer en aanbaden het. Toen openden ze hun schatkisten en boden het geschenken aan: goud, wierook en mirre.
Matteüs 2:11
AI
Lees de hele tekst in een moderne AI-vertaling AI
Lees de hele tekst (12 verzen)
De koningen van Tarsis en de eilanden brengen geschenken, de koningen van Sheba en Seba bieden gaven aan; alle koningen buigen voor hem. Bij Jesaja: volken gaan op weg naar jouw licht, koningen naar de glans van je dageraad; uit Sheba komen ze met goud en wierook.
Matteüs citeert deze teksten niet, maar zijn verhaal van de wijzen uit het oosten met goud, wierook en mirre klinkt er duidelijk in door. Psalm 72 is een koningspsalm; Jesaja 60 beschrijft een hersteld Jeruzalem waar de volken naartoe komen. Uit deze teksten groeide de traditie dat de wijzen 'koningen' waren. Matteüs noemt ze magiërs, sterrenkundigen, en zegt niet dat het er drie waren; dat getal komt van de drie geschenken. Mirre, dat bij Jesaja ontbreekt, werd ook gebruikt om doden te balsemen (vergelijk Johannes 19:39).