Jesus dicit

Vooraf gezegd89 van 90Voorafschaduwing

De sleutel van David

Het Oude Testament

De sleutel van het huis van David leg ik op zijn schouder. Opent hij, dan kan niemand sluiten. Sluit hij, dan kan niemand openen.

Jesaja 22:22

Lees de hele tekst in een moderne AI-vertaling AI
Lees de hele tekst (6 verzen)

In het Nieuwe Testament

Schrijf de engel van de gemeente te Filadelfia: Zo spreekt de Heilige, de Betrouwbare, die de sleutel van David heeft. Als hij opendoet, kan niemand dichtdoen. Als hij dichtdoet, kan niemand opendoen.

Openbaring 3:7

AI

Lees de hele tekst in een moderne AI-vertaling AI
Lees de hele tekst (2 verzen)

God zegt dat hij zijn dienaar Eljakim zal aanstellen als beheerder van het paleis: de sleutel van Davids huis wordt op zijn schouder gelegd. Wat hij opent, zal niemand sluiten; wat hij sluit, zal niemand openen. Ik sla hem vast als een pin op een stevige plek.

Eljakim krijgt het beheer over het paleis, met de sleutel als teken van gezag. Openbaring past de woorden letterlijk toe op Christus, in de brief aan Filadelfia. En als Jezus Petrus 'de sleutels van het koninkrijk' belooft, klinkt hetzelfde beeld door. Opvallend: bij Jesaja volgt direct dat de pin later zal afbreken. Eljakims gezag was tijdelijk; dat van Christus niet.