De goede herder
Het Oude Testament
Ik zal één herder over hen aanstellen, en hij zal hen weiden: mijn dienaar David. Hij zal hen weiden en hun herder worden.
Ezechiël 34:23
Lees de hele tekst in een moderne AI-vertaling AI
Lees de hele tekst (17 verzen)
In het Nieuwe Testament
Ik ben de goede herder. Voor de schapen zet een goede herder zijn leven in.
Johannes 10:11
AI
Lees de hele tekst in een moderne AI-vertaling AI
Lees de hele tekst (25 verzen)
God zegt dat de herders van Israël falen. Daarom gaat hij zelf zijn schapen zoeken, en stelt één herder over hen aan: 'mijn dienaar David'.
Als Jezus zegt 'Ik ben de goede herder', kenden zijn toehoorders Ezechiël 34. In die tekst is het zowel God zelf als 'David' die herder is. Jezus claimt beide rollen.