De eeuwige troon van David
Het Oude Testament
Jouw huis en jouw koningschap zullen voor altijd voor mij blijven bestaan. Jouw troon zal voor altijd vaststaan.
2 Samuël 7:16
Lees de hele tekst in een moderne AI-vertaling AI
Lees de hele tekst (16 verzen)
In het Nieuwe Testament
'Hij zal groot zijn en Zoon van de Allerhoogste genoemd worden. God, de Heer, zal hem de koningstroon van zijn vader David geven. Hij zal voor altijd over het volk van Jakob regeren, en zijn koningschap zal nooit eindigen.'
Lucas 1:32-33
AI
Lees de hele tekst in een moderne AI-vertaling AI
Lees de hele tekst (8 verzen)
Via de profeet Natan belooft God aan David een nakomeling wiens koningschap voor altijd zal bestaan. God zal voor hem een vader zijn en hij voor God een zoon.
Dit is de fundering onder alle latere verwachtingen van een 'zoon van David'. De belofte gaat eerst over Salomo (2 Samuël 7:14 spreekt over straf als hij kwaad doet), maar 'voor altijd' reikt verder dan één koning. Toen het koningshuis van David in 586 voor Christus ten onder ging, bleef deze belofte open staan. De engel Gabriël gebruikt er in Lucas bijna dezelfde woorden voor.