Register · 14/14
Openbaring
Alle uitspraken van Jezus uit deze periode, in de volgorde van zijn leven. De woorden met uitleg openen met een tik. De andere uitspraken staan hier in hun geheel.
AI
Openbaring 1:11
Die zei: 'Zet wat je ziet op papier en stuur het boek aan de gemeenten in deze zeven steden: Efeze, Smyrna, Pergamon, Tyatira, Sardes, Filadelfia, Laodicea.' [Latere handschriften voegen aan het begin toe: Ik ben de Alfa en Omega, de eerste en de laatste.]
Zie ook: De sleutels
- 476De sleutelsOpenbaring 1:17 en 18
Openbaring 1:19 en 20
De opgestane Jezus op het eiland Patmos tegen Johannes, die bij zijn verschijning als dood voor zijn voeten is gevallen.
'Schrijf daarom op wat je hebt gezien: wat nu is en wat hierna gaat gebeuren. Dit is de betekenis van wat je zag, de zeven sterren in mijn rechterhand en de zeven gouden lampenstandaarden: de sterren staan voor de engelen van de zeven gemeenten, de standaarden voor die gemeenten zelf.'
Openbaring 2:1-3
Het begin van de eerste brief, gericht aan de engel van de gemeente in Efeze.
'Schrijf de engel van de gemeente te Efeze: Zo spreekt hij die de zeven sterren vasthoudt in zijn rechterhand en tussen de zeven gouden lampenstandaarden loopt: Ik weet wat je doet, hoe hard je werkt en hoe je volhoudt. Ik weet dat je slechte mensen niet kunt verdragen. Je hebt de mensen die zich apostel noemen en het niet zijn, op de proef gesteld, en je hebt ontdekt dat het leugenaars zijn. Je hebt volgehouden en veel verdragen omwille van mijn naam, en je bent niet moe geworden.'
- 477Efeze: de eerste liefdeOpenbaring 2:4
Openbaring 2:6 en 7
Slot van de brief aan Efeze, na het verwijt dat de gemeente haar eerste liefde heeft losgelaten.
Maar dit heb je wel: je haat wat de Nikolaïeten doen, en dat haat ik ook. Wie oren heeft, laat die goed luisteren naar wat de Geest de gemeenten te zeggen heeft. Wie overwint, geef ik te eten van de boom van het leven, die in het paradijs van God staat.
Openbaring 2:8 en 9
Zo opent de tweede brief, aan de gemeente in Smyrna, die arm is en belasterd wordt.
Schrijf de engel van de gemeente te Smyrna: Zo spreekt de eerste en de laatste, die dood was en weer levend geworden is: Ik ken je ellende en je armoede, al ben je rijk. En ik weet hoe je belasterd wordt door mensen die zeggen dat ze Joden zijn, maar het niet zijn. Ze zijn een synagoge van Satan.
- 478Smyrna: trouw tot het eindeOpenbaring 2:10
Openbaring 2:12-16
De derde van de zeven brieven, aan de gemeente in Pergamon, waar zijn trouwe getuige Antipas is gedood.
Schrijf de engel van de gemeente te Pergamon: Zo spreekt hij die het scherpe zwaard met twee snijkanten heeft: Ik weet dat je woont waar Satan zijn troon heeft. Toch blijf je mijn naam trouw en heb je je geloof in mij niet opgegeven, ook niet in de tijd dat Antipas, mijn trouwe getuige, bij jullie om het leven werd gebracht, daar waar Satan huist. Maar ik heb een paar dingen tegen je: je hebt daar mensen die vasthouden aan de leer van Bileam. Die leerde Balak om de Israëlieten te laten struikelen, zodat ze vlees aten dat aan afgoden geofferd was en ontucht pleegden. Zo heb jij ook mensen die de leer van de Nikolaïeten aanhangen. Kom dus tot inkeer. Anders kom ik snel naar je toe, en zal ik tegen hen strijden met het zwaard uit mijn mond.
- 479Pergamon: een nieuwe naamOpenbaring 2:17
Openbaring 2:18-25
Brief vier van de zeven, aan de gemeente in Tyatira; het is de langste van de reeks.
Schrijf de engel van de gemeente te Tyatira: Zo spreekt de Zoon van God, wiens ogen zijn als een vuurvlam en wiens voeten zijn als glanzend brons: Ik weet wat je doet: je liefde, je geloof, je dienstbaarheid en je volharding. En ik weet dat je nu meer doet dan in het begin. Maar ik heb iets tegen je: je laat die vrouw Izebel haar gang gaan, die zichzelf profetes noemt. Met haar leer misleidt ze mijn dienaren, zodat ze ontucht plegen en vlees eten dat aan afgoden geofferd is. Ik heb haar tijd gegeven om tot inkeer te komen, maar ze wil niet breken met haar ontucht. Kijk, ik werp haar op een ziekbed. En wie met haar overspel plegen, breng ik in grote ellende, als ze niet breken met haar praktijken. Haar kinderen zal ik doden. Dan zullen alle gemeenten weten dat ik het ben die hart en nieren doorgrondt. En ik zal ieder van jullie geven naar wat hij gedaan heeft. Maar tegen de anderen in Tyatira, die deze leer niet aanhangen en die de zogenaamde diepten van Satan niet hebben leren kennen, zeg ik: ik leg jullie geen andere last op. Houd alleen vast aan wat jullie hebben, tot ik kom.
- 480Tyatira: de morgensterOpenbaring 2:28
Openbaring 3:1
Sardes krijgt de vijfde brief, die anders dan de vorige meteen met kritiek begint in plaats van met lof.
'Schrijf de engel van de gemeente te Sardes: Zo spreekt hij die de zeven sterren en de zeven geesten van God heeft: Ik weet wat je doet. Je staat bekend als levend, maar je bent dood.'
- 481Sardes: word wakkerOpenbaring 3:2
Openbaring 3:4-6
Verder in de brief aan Sardes, over het kleine groepje daar dat zijn kleren niet heeft bevuild.
Maar je hebt in Sardes een paar mensen die hun kleren niet bevuild hebben. Zij zullen in witte kleren met mij meelopen, want ze zijn het waard. Wie overwint, zal zo in witte kleren gekleed worden. Ik zal zijn naam nooit uit het boek van het leven schrappen, en ik zal zijn naam noemen voor mijn Vader en voor diens engelen. Wie oren heeft, laat die goed luisteren naar wat de Geest de gemeenten te zeggen heeft.
- 482Filadelfia: een open deurOpenbaring 3:8
Openbaring 3:9 en 10
Midden in de brief aan Filadelfia, een gemeente met weinig kracht die zich toch aan zijn woord heeft gehouden.
Kijk, er zijn mensen uit de synagoge van Satan, die zeggen dat ze Joden zijn, maar het niet zijn en liegen. Ik zal ervoor zorgen dat ze komen en voor je voeten neerknielen. Dan zullen ze weten dat ik je liefheb. Je hebt je gehouden aan mijn woord over volharden. Daarom zal ik jou bewaren in het uur van de beproeving dat over de hele wereld komt, om alle bewoners van de aarde op de proef te stellen.
- 483Niemand neemt je kransOpenbaring 3:11
Openbaring 3:12 en 13
Aan het slot van de zesde brief, die aan Filadelfia, bij de belofte voor wie overwint.
Wie overwint, zal ik een zuil maken in de tempel van mijn God, en daar gaat hij nooit meer weg. Op hem schrijf ik de naam van mijn God en de naam van diens stad, het nieuwe Jeruzalem, dat van mijn God uit de hemel neerdaalt. Ook mijn nieuwe naam schrijf ik op hem. Wie oren heeft, laat die goed luisteren naar wat de Geest de gemeenten te zeggen heeft.
- 484Laodicea: koud of heetOpenbaring 3:15 en 16
- 485Goud, kleren en oogzalfOpenbaring 3:17 en 18
- 486Terechtwijzen uit liefdeOpenbaring 3:19
- 487Laodicea: ik sta aan de deurOpenbaring 3:20
Openbaring 3:21 en 22
De laatste woorden van de zevende en laatste brief, aan de gemeente in Laodicea.
'Wie overwint, laat ik naast mij zitten op mijn troon, zoals ik ook overwonnen heb en naast mijn Vader ben gaan zitten op zijn troon. Wie oren heeft, laat die goed luisteren naar wat de Geest de gemeenten te zeggen heeft.'
- 488Als een diefOpenbaring 16:15
- 489Alles nieuwOpenbaring 21:5 en 6
Openbaring 21:7 en 8
'Wie overwint, zal dit alles erven. Ik zal zijn God zijn, en hij wordt mijn zoon. Maar de lafaards, de ongelovigen, de mensen die gruwelijke dingen doen, de moordenaars, de ontuchtigen, de tovenaars, de afgodendienaars en alle leugenaars krijgen hun plaats in het meer dat brandt van vuur en zwavel. Dat is de tweede dood.'
Zie ook: Alles nieuw
- 490Ik, JezusOpenbaring 22:13 en 16
Openbaring 22:14 en 15
Aan het eind van Openbaring, over wie de nieuwe stad van God mag binnengaan en wie erbuiten blijft.
Wie hun kleren wassen, mogen zich gelukkig prijzen. Zij krijgen het recht om te eten van de boom van het leven, en ze mogen door de poorten de stad binnengaan. Buiten zijn de honden en de tovenaars, de ontuchtigen en de moordenaars, de afgodendienaars, en ieder die van de leugen houdt en ernaar leeft.
- 491Het laatste woordOpenbaring 22:20